Voorbeeld 1
Vul bekende waarden in voor Oppervlakte 1, Snelheid 1 en kies de onbekende. De tool past A₁v₁ = A₂v₂ toe en geeft het resultaat in de gekozen eenheid.
Gebruik A₁v₁ = A₂v₂ om Oppervlakte 1, Snelheid 1, Oppervlakte 2 en Snelheid 2 met elkaar te verbinden. Kies de grootheid die je wilt berekenen, vul de andere waarden in en gebruik consistente eenheden.
Vul bekende waarden in voor Oppervlakte 1, Snelheid 1 en kies de onbekende. De tool past A₁v₁ = A₂v₂ toe en geeft het resultaat in de gekozen eenheid.
Wijzig de eenheid van een invoerwaarde: de omzetting gebeurt vóór de berekening, zodat de fysische relatie consistent blijft.