Chemisch element · referentiefiche
96Cm

Curium

Curium (Cm) is element 96 van het periodiek systeem, een actinide in groep —, periode 7 en het f-blok. De elektronenconfiguratie [Rn] 5f7 6d1 7s2 helpt verklaren hoe het element bindt en reageert; de referentietoestand bij kamertemperatuur is vast.

Atoomnummer96
Standaard atoomgewichtGeen standaard atoomgewicht
Groep—
Periode7
Blokf
Elektronenconfiguratie[Rn] 5f7 6d1 7s2
Elektronenstructuur

Wat bepaalt de chemie?

Bij actiniden spelen de 5f-, 6d- en 7s-orbitalen een rol. De vroege actiniden kunnen verschillende oxidatietoestanden bereiken; bij de zwaardere leden wordt +3 steeds belangrijker.

Alle actiniden zijn radioactief. Voor curium zijn de configuratie [Rn] 5f7 6d1 7s2, isotopensamenstelling en halveringstijd daarom onlosmakelijk verbonden met de chemie en het praktische gebruik.

Chemische vormen

Verbindingen, ionen en materialen

Actiniden vormen oxiden, halogeniden en coördinatieverbindingen. Vooral de vroege leden kunnen meerdere oxidatietoestanden aannemen; radiochemie blijft belangrijk omdat alle isotopen radioactief zijn.

Fysisch gedrag

Toestand en faseovergangen

Bij kamertemperatuur is de referentietoestand vast. De vermelde dichtheid is 13.51 g/cm³. Het smeltpunt is 1 619 K (1 346 °C). Het kookpunt is 3 383 K (3 110 °C). Druk, zuiverheid en kristalstructuur kunnen gemeten waarden verschuiven; bij elementen met meerdere allotropen kan ook de structuur zelf een duidelijk verschil maken.

Voorkomen en toepassingen

Waar curium voorkomt en wordt gebruikt

In de praktijk komt curium vooral naar voren in toepassingen en contexten zoals wetenschappelijk onderzoek en energievoorziening in de ruimte.

In de praktijk

Concrete toepassingen

Wetenschappelijk onderzoek

Curium speelt een rol bij wetenschappelijk onderzoek. De relevante eigenschap hangt af van de chemische vorm, samenstelling en het materiaal of proces waarin het element wordt gebruikt.

Energievoorziening in de ruimte

Curium speelt een rol bij energievoorziening in de ruimte. De relevante eigenschap hangt af van de chemische vorm, samenstelling en het materiaal of proces waarin het element wordt gebruikt.

Positie in het periodiek systeem

Wat de naburige elementen laten zien

Curium staat in periode 7 en in de f-blokreeks. In de getoonde omgeving staan onder meer Plutonium, Americium, Berkelium, Californium. Door deze reeks te vergelijken zijn geleidelijke veranderingen in atoomstraal, elektronenstructuur en chemisch gedrag binnen de serie zichtbaar.

Referentiegegevens

Fysische en atomaire eigenschappen

Classificatieactinide
Toestand bij kamertemperatuurvast
Elektronenschillen2 · 8 · 18 · 32 · 25 · 9 · 2
Dichtheid13.51 g/cm³
Smeltpunt1 619 K (1 346 °C)
Kookpunt3 383 K (3 110 °C)
Pauling-elektronegativiteit1.28
Eerste ionisatie-energie578kJ/mol
Elektronenaffiniteit27.17 kJ/mol

De waarden beschrijven het element of het neutrale atoom waar van toepassing. Fysische gegevens kunnen afhangen van allotroop, druk, zuiverheid en meetomstandigheden.

Geschiedenis

Ontdekking en identificatie

De ontdekking van curium wordt in deze historische registratie in verband gebracht met Glenn T. Seaborg. Herkenning als element, isolatie van een zuiver monster en de latere definitie via het atoomnummer vonden niet noodzakelijk op hetzelfde moment plaats.

Isotopen

Hoe isotopensamenstelling de getallen verandert

Curium heeft geen standaard atoomgewicht. Er bestaat geen karakteristieke natuurlijke isotopenverdeling waaruit een betrouwbare abundantiegewogen gemiddelde waarde kan worden berekend.

Curium heeft geen stabiele isotopen. De isotopen zijn radioactief; halveringstijd en vervalwijze zijn daarom belangrijk bij meting, gebruik en veilige behandeling.

Veiligheid

Omgang en blootstelling

Curium is radioactief. De risico’s hangen af van isotoop, activiteit, stralingstype, halveringstijd, chemische vorm en blootstellingsroute; passende radiologische en chemische veiligheidsmaatregelen zijn daarom noodzakelijk.