Ballonnen
Helium speelt een rol bij ballonnen. De relevante eigenschap hangt af van de chemische vorm, samenstelling en het materiaal of proces waarin het element wordt gebruikt.
Helium (He) is element 2 van het periodiek systeem en een edelgas uit periode 1. De gevulde 1s-schil maakt afzonderlijke heliumatomen zeer weinig reactief; het extreem lage kookpunt is tegelijk technologisch belangrijk.
Edelgassen hebben een gevulde buitenste elektronenschil. Daardoor zijn geïsoleerde atomen onder gewone omstandigheden weinig geneigd om elektronen op te nemen, af te staan of te delen.
Voor helium laat de configuratie 1s2 zien waarom de vrije atomen relatief inert zijn. Bij de zwaardere edelgassen kunnen sterke reagentia onder speciale omstandigheden toch verbindingen vormen.
De vrije mono-atomaire vorm domineert. Voor de lichtere edelgassen zijn stabiele verbindingen uitzonderlijk; enkele zwaardere leden kunnen met zeer elektronegatieve elementen verbindingen vormen onder geschikte omstandigheden.
Bij kamertemperatuur is de referentietoestand gas. De vermelde dichtheid is 0.1786 g/L. Het smeltpunt is —. Het kookpunt is 4.222 K (-268.9 °C). Druk, zuiverheid en kristalstructuur kunnen gemeten waarden verschuiven; bij elementen met meerdere allotropen kan ook de structuur zelf een duidelijk verschil maken.
In de praktijk komt helium vooral naar voren in toepassingen en contexten zoals ballonnen, medische beeldvorming en cryogenica.
Helium speelt een rol bij ballonnen. De relevante eigenschap hangt af van de chemische vorm, samenstelling en het materiaal of proces waarin het element wordt gebruikt.
Helium wordt in MRI-systemen gebruikt om supergeleidende magneten op zeer lage temperatuur te houden. Het lage kookpunt en de chemische inertheid maken vloeibaar helium hiervoor bijzonder geschikt.
Helium speelt een rol bij cryogenica. De relevante eigenschap hangt af van de chemische vorm, samenstelling en het materiaal of proces waarin het element wordt gebruikt.
Helium staat in periode 1, groep 18 en het s-blok. De getoonde omgeving bevat onder meer Fluor, Neon. Vergelijking met deze elementen helpt trends in atoomgrootte, ionisatie-energie, elektronegativiteit en binding langs het periodiek systeem te volgen.
De waarden beschrijven het element of het neutrale atoom waar van toepassing. Fysische gegevens kunnen afhangen van allotroop, druk, zuiverheid en meetomstandigheden.
De ontdekking van helium wordt in deze historische registratie in verband gebracht met Pierre Janssen. Herkenning als element, isolatie van een zuiver monster en de latere definitie via het atoomnummer vonden niet noodzakelijk op hetzelfde moment plaats.
Het standaard atoomgewicht is 4.002602(2). Deze waarde beschrijft de natuurlijke isotopensamenstelling van terrestrisch materiaal en is niet de massa van één specifiek atoom.
Helium heeft ten minste één stabiele isotoop. Isotopen hebben hetzelfde aantal protonen en horen dus bij hetzelfde element, maar verschillen in neutronental en atoommassa.
De risico’s van helium hangen af van chemische vorm, dosis en blootstellingsroute. Het element, zijn ionen en zijn verbindingen kunnen zeer verschillende biologische en milieueffecten hebben; controleer daarom de veiligheidsgegevens van de werkelijk gebruikte stof.