Het aantal protonen bepaalt welk element het is.
Begin bij een atoom altijd met het aantal protonen. Dat is het vaste ankerpunt: neutronen en elektronen kunnen veranderen zonder dat er een ander element ontstaat.
Proton
Een kern met 6 protonen is altijd koolstof. Een kern met 8 protonen is zuurstof. Verandert alleen het aantal neutronen, dan krijg je een ander isotoop van hetzelfde element. Verandert het aantal elektronen, dan kan een ion ontstaan.
Neutron
Een atoom bestaat uit een zeer kleine, dichte kern met daaromheen elektronen in gekwantiseerde toestanden. Voor een eerste goed beeld zijn drie deeltjes essentieel: protonen, neutronen en elektronen.
Elektron
In de atoomkern zitten positief geladen protonen en elektrisch neutrale neutronen . De negatief geladen elektronen bevinden zich buiten de kern in gekwantiseerde toestanden.
Het aantal protonen bepaalt welk element het is.
Een kern met 6 protonen is altijd koolstof. Een kern met 8 protonen is zuurstof. Verandert alleen het aantal neutronen, dan krijg je een ander isotoop van hetzelfde element. Verandert het aantal elektronen, dan kan een ion ontstaan.
Een kern met 6 protonen is altijd koolstof. Een kern met 8 protonen is zuurstof. Verandert alleen het aantal neutronen, dan krijg je een ander isotoop van hetzelfde element. Verandert het aantal elektronen, dan kan een ion ontstaan.