Water
Water is H₂O en het molecuul is gebogen, niet lineair. De polaire O–H-bindingen en de gebogen geometrie geven samen een permanent moleculair dipoolmoment.
Water is gebogen, niet lineair.
Zuurstof vormt de hoek van H–O–H. Voor een eerste begrip is die vorm belangrijker dan het precieze hoekgetal.
De experimentele H–O–H-hoek is in de gasfase ongeveer 104,5°.
Twee O–H-bindingen en twee vrije elektronenparen vormen vier elektronendomeinen rond zuurstof. Het tetraëdrische domeinmodel is een startpunt; de echte evenwichtsgeometrie geeft ongeveer 104,5°.
De formule lezen
Waterstofbruggen vormen een dynamisch netwerk.
Het H-atoom van een O–H-groep kan aantrekken tot een elektronenrijk gebied van een ander molecuul. In vloeibaar water ontstaan en verdwijnen zulke contacten voortdurend.
Referentiegegevens
| Formula | H₂O |
|---|---|
| CAS | 7732-18-5 |
| PubChem CID | 962 |
Verdieping
Waarom is de hoek niet 109,5°?
Het tetraëdrische elektronendomeinmodel is slechts een startpunt; vrije elektronenparen en de werkelijke elektronenverdeling veranderen de geometrie.
Is een waterstofbrug covalent?
Nee. Het is een intermoleculaire aantrekking en fysisch anders dan de O–H-binding.