Elektronenconfiguratie
Kies een element om de referentie- en volledige elektronenconfiguratie, verdeling per schil, subschillen en orbitaalbezetting te bekijken.
Orbitaaldiagram
Elk vakje stelt één orbitaal voor; pijlen zijn elektronen met tegengestelde spin wanneer ze gepaard zijn. De vakjes tonen bezetting, geen banen rond de kern.
Vullingsvolgorde
De Madelung-volgorde is een nuttige constructieregel, geen absolute wet. Werkelijke grondtoestanden kunnen afwijken wanneer subschilenergieën dicht bij elkaar liggen.
Drie regels achter de vakjes
Pauli
Een orbitaal bevat maximaal twee elektronen; als ze gepaard zijn, hebben ze tegengestelde spin.
Hund
In p-, d- of f-orbitalen met gelijke energie bezetten elektronen eerst afzonderlijke orbitalen voordat ze paren.
Madelung
De subschil met de kleinste n + ℓ wordt eerst gevuld; bij gelijke waarde die met de kleinste n. Werkelijke grondtoestanden kunnen van deze eenvoudige volgorde afwijken.