1s
Het oppervlak toont het hoekdeel van een reëel orbitaal. De twee tinten staan voor tegengestelde fasen van de golffunctie, niet voor elektrische lading. De radiale structuur staat afzonderlijk eronder.
Verken vormen, oriëntaties, kwantumgetallen en knopen van s-, p-, d- en f-orbitalen. De viewer scheidt hoekvorm van waterstofachtige radiale structuur — geen elektronenbanen.
Het oppervlak toont het hoekdeel van een reëel orbitaal. De twee tinten staan voor tegengestelde fasen van de golffunctie, niet voor elektrische lading. De radiale structuur staat afzonderlijk eronder.
De curve toont genormaliseerd r²|Rₙℓ(r)|² voor waterstof (Z = 1). Interne nulpunten zijn bolvormige radiale knopen.
Een orbitaal is een kwantumtoestand, geen traject dat een elektron rond de kern volgt.
Het 3D-oppervlak toont de richtingsstructuur. De familie s, p, d of f wordt bepaald door ℓ.
De radiale grafiek laat zien hoe de waarschijnlijkheid met de afstand is verdeeld. Een andere n kan extra radiale knopen geven terwijl de hoekfamilie gelijk blijft.
In een knoop is de golffunctie nul. De twee tinten tonen tegengestelde fase, niet positieve en negatieve lading.
Het aantal reële oriëntaties volgt 2ℓ+1. Elk afzonderlijk orbitaal kan maximaal twee elektronen bevatten.
Het magnetische kwantumgetal mℓ heeft 2ℓ+1 toegestane waarden van −ℓ tot +ℓ. Bekende reële orbitalen zoals pₓ, pᵧ en dxy zijn reële lineaire combinaties van de complexe mℓ-eigenfuncties; daarom heeft elk niet één unieke mℓ-waarde.